Nieuws Curaçao

Rijkswet COHO op drie punten gewijzigd

Rijkswet COHO op drie punten gewijzigd

De concept Rijkswet waarmee het Caribisch Orgaan voor Hervorming en Ontwikkeling (COHO) wordt opgericht is na onderhandeling met Curaçao op drie belangrijke punten gewijzigd. Dat schrijft staatssecretaris Raymond Knops in antwoorden op vragen van de vaste Kamercommissie van Koninkrijkszaken.

Allereerst is het vanaf het begin van de onderhandelingen geldende uitgangspunt dat het COHO geen landsbevoegdheden kan overnemen in de wet vastgelegd.

Daarnaast is toegevoegd aan het voorstel dat ten minste een van de drie leden van het COHO aantoonbare affiniteit met het Caribisch deel van het Koninkrijk moet hebben, om zo de representativiteit van het COHO te waarborgen.

Tot slot is in het voorstel opgenomen dat de rijkswet na drie jaar wordt geëvalueerd door een onafhankelijke commissie bestaande uit leden waar Curaçao deels mee moet instemmen.

Draagvlak

De concept Rijkswet waarmee het COHO wordt opgericht, ligt momenteel voor bij de Raad van State van het Koninkrijk voor advisering. Aan de besluitvorming om het voorstel naar de Raad van State te versturen zijn intensieve gesprekken voorafgegaan met Aruba en Curaçao.

Die gesprekken stonden in het teken van het verkrijgen van draagvlak voor het voorstel. Staatsecretaris Knops zal later reageren op het advies van de Raad van State van het Koninkrijk.

Na dit advies zal het wetsvoorstel, conform de gebruikelijke procedure, inclusief het nader rapport worden aangeboden aan de Tweede Kamer ter behandeling. Pas dan zal de staatsecretaris inhoudelijke gesprekken met de Kamer over dit onderwerp voeren.

Landspakketten

Wat het landspakket betreft is de grootste wijziging de voorgestelde verhoging van de pensioenleeftijd. Verhoging van de pensioenleeftijd is belangrijk voor de duurzame houdbaarheid van het stelsel, volgens Knops.

“Maar Curaçao heeft de leeftijd in 2013 in één keer verhoogd van 60 naar 65 jaar. De pensioenleeftijd wordt in het landspakket verhoogd naar 66 jaar met de notie dat, wanneer uit onafhankelijk onderzoek blijkt dat een verhoging naar 67 in 2025 niet haalbaar is, alternatieve voorstellen met hetzelfde budgettaire effect worden gepresenteerd door Curaçao”, aldus Knops.

Daarnaast is gesproken over mogelijkheden tot versterking van het ondernemersklimaat. Feitelijk was dit een voortzetting van de gesprekken die al gevoerd werden onder het Groeiakkoord.

“De economie van Curaçao kende ook voor de coronacrisis al een forse krimp. Het is belangrijk voor het land dat in de kern gezonde bedrijven behouden kunnen blijven. Daarom was in het Groeiakkoord een verkenning voorzien naar mogelijkheden om garantie instrumentarium voor in de kern gezonde bedrijven te ontwikkelen. Gesprekken hierover waren al opgestart en zijn nu gecontinueerd. Dit heeft ertoe geleid dat Nederland bereid is om de haalbaarheid om een dergelijk instrument voor Curaçao te onderzoeken en een bedrag van maximaal 20 miljoen euro hiervoor beschikbaar te stellen”, aldus Knops.


Deel dit artikel